|
Usha
Marhé is geboren in
Paramaribo, Suriname.
Usha
begint haar
journalistieke loopbaan
in oktober 1988 in
Paramaribo. In 1990
verhuist zij naar
Nederland. Daar
publiceert Usha als
freelance-journalist
artikelen en columns in
bekende bladen als Opzij,
De Groene Amsterdammer,
Vrij Nederland en Onze
Wereld. Voor het dagblad
Trouw interviewt zij de
Indiase megaster Amitabh
Bachchan, een
persoonlijk hoogtepunt
in haar carrière.
In
1996 verschijnt haar
eerste boek (non-fictie):
'Tapu
Sjén' (Bedek je schande).
Dit boek gaat over
Surinamers en incest.
Het boek vormt een mix
van literatuurstudie,
achtergrondonderzoek,
diepte-interviews en
Usha's visie op de
problematiek van incest.
Het Koninklijk Instituut
voor de Tropen (KIT,
Amsterdam) organiseert
in datzelfde jaar een
discussieavond n.a.v.
deze publicatie, want
Usha doorbreekt met haar
boek een groot taboe,
zij durft de Surinaamse
code van stilzwijgen
bloot te leggen en
daartegen in te gaan.
In 2000
verschijnt de tweede
druk, aangevuld met een
uitvoerig nawoord over
haar ervaringen en de
inzichten die zij heeft
opgedaan sinds Tapu
Sjén voor het eerst
verscheen. In 2002
verzorgt zij een
presentatie over
seksueel misbruik in
Paramaribo, op het
driedaagse congres
Ontwikkeling =
Verandering,
georganiseerd door de
Stichting Stop Geweld
tegen Vrouwen.
Usha
heeft
als eindredacteur
verschillende
bedrijfsbladen gemaakt.
Zij schrijft in 1997
vanuit Amsterdam een
jaar lang columns voor
het Surinaamse dagblad
'De Ware Tijd'. Vanaf
1994 tot heden houdt
Usha ook lezingen en
presentaties en leidt
zij discussies over
verschillende
maatschappelijke
onderwerpen, in zowel
Nederland als
Suriname.
Als
gastprogrammamaker
organiseert zij in 2000
met het Koninklijk
Instituut voor de Tropen
het 5-daagse
publieksprogramma 'Baap
re Baap' (Hindostanen
over traditie en
vernieuwing). Shabana
Azmi, een kritische
filmster uit de Indiase
filmindustrie (o.a. bekend
van de film FIRE), neemt
deel aan de discussie
over de emancipatie van
vrouwen en mannen.
In
2002 is Usha
juryvoorzitter van de
Kwakoe Literatuurprijs.
Van 1999 tot en met 2003
is zij jurylid van de
Zilveren Zebra
Mediaprijs. In 2004 is
zij een jaar lang
bestuurslid van de
sociaal-culturele
vereniging Het Surinaams
Verbond. In 2001 begint
zij in het onderwijs te
werken en geeft een jaar
lang les als docent
Journalistiek op de
Academie voor
Journalistiek in Tilburg,
waar ze eerder zelf haar
diploma behaalde. Daarna
is ze overgestapt naar
het middelbaar onderwijs,
om les te geven in de
Nederlandse Taal. Haar
eerste korte verhaal
'Dilemma's' is in 2007
gepubliceerd in de
verhalenbundel 'Waarover
we niet moeten praten'.
In
mei 2007 is
haar fictiedebuut
verschenen: 'Dulari'
(De
weg van mijn naam), zes
korte verhalen. Op 24
juli 2007 bood de auteur
haar boek in Suriname
officieel aan
presidentsvrouwe mevrouw
Liesbeth
Venetiaan-Vanenburg aan.
Op 27 juli 2007 vond de
publieke presentatie van
Dulari in Paramaribo
plaats. Het boek en de
auteur zijn buitengewoon
goed ontvangen in Suriname.
In
1993 wordt Usha
genomineerd voor de
ASN-Mediaprijs, later de
Zilveren Zebra
Mediaprijs. In 2004
wordt zij door cabaretière
Jetty Mathurin tijdens
het Black Magic Woman
Festival in Amsterdam
uitgeroepen tot ‘Heldin’,
vanwege haar boek Tapu
Sjén. Heldinnen is
dat jaar het thema van
het festival. Met
2072 unieke stemmen is
schrijfster Usha Marhe
door Sanoja
Entertainment Magazine (SEM)
en haar lezers verkozen
tot de Hindoestaan van
het jaar 2007. Op de
website
www.hindoestaanvanhetjaar.nl
hebben tussen 1 en 10
januari 2008, 4298
bezoekers hun stem
uitgebracht. Sanoja
Entertainment Magazine
organiseerde deze
verkiezing voor de 2e
keer met als doel de
zichtbaarheid van
talentvolle Nederlanders
van Indiase afkomst te
vergroten en een
bescheiden erkenning te
bieden voor
uitzonderlijke
prestaties in de kunst,
cultuur en sport.
|