|
Stanley
L. Hofwijks werd geboren in
Paramaribo.
Stanley
vertrok in 1973 naar
Nederland. Op
zeventienjarige leeftijd
kwam de stille en zeer
verlegen Stanley tot
bekering. Toen hij eens
een keer met zijn moeder
naar een kerkdienst ging,
was hij zeer onder de
indruk van het aantal
jonge mensen dat daar
aanwezig was. Hij
besloot meteen om Jezus
ook te gaan dienen. Hij
had namelijk altijd
gedacht dat God dienen
alleen voor oudere
mensen was. Zijn
pasgevonden geloof werd
echter al snel op de
proef gesteld door de
dood van zijn geliefde
moeder. Zijn motto 'mijn
Heer en ik' hielp hem
door deze en andere
beproevingen heen.
Stanley's wandel met de
Heer werd vanaf het
begin gekenmerkt door
een groot verlangen om
zielen te winnen en hij
deed alles in zijn
vermogen om het
Evangelie te verspreiden.
Pastor
Stanley is vanaf 2
februari 1975 voorganger
van de Maranatha
Ministries. Hij en zijn
vrouw zijn toegewijde
dienaren van de Here
Jezus. Pastor Stanley is
naast de pastor ook de
oprichter en voorzitter
van de Maranatha
Ministries. Maar zoals
hij zegt is hij eerst
Christen en pas daarna
pastor. Dit komt ook
overeen met zijn
lijfspreuk: "Mijn
Heer en ik".
Pastor
Stanley heeft een enorme
bewogenheid voor de
noden van de mensen in
Amsterdam en omstreken.
Maar het verlangen om in
geheel Nederland en
zelfs Europa het
evangelie uit te dragen
neemt zeer toe. De
televisie kan hier toe
een belangrijk middel in
zijn.
Het
is zijn verlangen dat in
de gemeente de liefde
van Jezus zichtbaar is
voor een ieder die Jezus
wil ontmoeten. Pastor
Stanley is de aangewezen
leider om in deze tijd
een belangrijke rol te
spelen en de gemeente
weer de plaats te geven
die het behoort te
hebben in Nederland.
De
aantrekkingskracht dankt
Maranatha aan haar
bekendheid door lokale
televisie en radio, een
eigen magazine en site (maranatha.nl),
en aan de specialiteit
van het huis: de
lofprijzing. 'Wij
zítten niet, wij dansen
en juichen', zegt
Hofwijks. 'Dit is geen
religie, maar
persoonlijke beleving.'
Bram Krol van de
Werkgroep Gemeentegroei
noemt nog iets 'wat het
goed doet onder
Surinamers en
Antillianen': de
voorliefde voor
extatische 'buitenbijbelse
bijverschijnselen' en 'invallen
die er al snel profetie
heten'.
Van
30 naar 3000 leden: Maranatha
Ministries is een
succesverhaal. Maar
Pastor Stanley kent de
keerzijden. Tweemaal
maakte hij kennis met de
wet van Maarten 't Hart:
een kerk die leeft,
scheurt. Gedoe over
leiderschap. Nu hamert
Pastor Stanley op
eenheid. Tijdens de
samenkomst klinkt hij
scherp ('Als je het
Woord brengt zoals Jezus
het wil, dan noemen ze
je fanatiek, ook in de
kerk'), maar in zijn
kantoor geeft hij niet
af op anderen. 'Je hoeft
niet per se één leer
te hebben om de ander
volledig te aanvaarden.'
En dus omzeilt hij
heikele kwesties. Zoals
de Toronto blessing, het
'vallen in de Geest' (bij
handoplegging), dansen,
brullen, lachen,
geestdronken waggelen.
Het waaide in 1994 over
en verdeelde de
polderpinkstergelovigen
door de stelligheid van
hun leiders tot op het
bot. Sommige voormannen
wisten zeker dat het 'manifestaties'
van God waren. Andere
charismatische leiders
wisten even zeker dat
het recht van de duivel
kwam.
De
kracht van een grote
gemeente, zegt Pastor
Stanley, is de kracht
van de kleine groep. Er
zijn daarom een
voorbedegroep ('strijdersteam'),
bijeenkomsten voor
alleenstaande moeders,
voor singles, gehuwden,
jongeren, net-bekeerden
(Young Christian School,
met certificaat),
ouderen en vrouwen. En
zo'n kleine dertig 'celgroepen',
wekelijkse
huissamenkomsten,
vlakbij de kerk, maar
ook in de Bijlmer, in
Rotterdam, Hoorn en
Almere.
Om
het geld hoeft Maranatha
Ministries het niet te
laten, want ze houden
zich er aan de 'tienden',
een bijdrage die 'heel
wat kost als je met je
uitkering toetreedt'.
Leden roken en drinken
niet, samenwonen is
taboe, maar ze hebben
het ervoor over, want
'Pastor Stanley maakt je
duidelijk dat je
maatschappelijk weinig
voorstelt, maar voor God
telt'.
Pastor
Stanley heeft diverse
DVD's op de markt
gebracht, waaronder: 'Vergeving,
de kracht van het
Evangelie' (1998), 'Vaders'
(2003) en 'Uit de goot'
(2003).
|