|
Literaire
recensie 'De smaak van
Sranan Libre'
door: Rabin
Gangadin, januari 2008
ROMAN
ALS EERSTE AANZET TOT
EEN REGIONALE FILM
Hoewel
in veel
publicaties over de
Nederlandse identiteit
de eigen taal
niet bepaald een
ereplaats krijgt
toebedeeld
omdat
de Nederlander
denkt de eigen taal
minder hard nodig te
hebben als middel tot
zelfexpressie en symbool
van nationale eenheid,
trekt men daarentegen
toch fel van leer indien
men ontdekt dat een
buitenstander aan het
Nederlands zit te tornen
of het zelfs dreigt te
verrijken met een eigen
taalmaniërisme, zoals
de Surinaams-Nederlandse
schrijver Edgar Cairo in
zijn leven vergeefs
geprobeerd heeft. Kijken
wij nu naar de rappers
en de producenten van de
straattaal dan zou men
zich best wel zorgen
kunnen maken om de
houdbaarheid van de
Nederlandse taal. Men
schijnt zich juist
tolerant en
meegaand
op te stellen
tegenover deze
risicoloze
taalvernieuwers, met
inbegrip van de linguïstische
rapper, Jan
kuitenbrouwer, die het
Nederlands met zijn
Hedenlands in een
benarde positie heeft
doen verzanden.
Edgar
Cairo, toevallig ook een
neerlandicus geweest als
Kuitenbrouwer, hoewel
niet gepromoveerd, heeft
eigenlijk in een
verkeerde tijd geleefd
om het Nederlandse
taalbestand te willen
opsieren met zijn
idiolectisch getinte
taalmaniërisme. Als hij
in deze tijd zou
proberen zijn
taalverrijking te
distribueren via zijn
literaire toebereidselen,
zou dat hem redelijk
gelukt zijn. Er bestaat
nu gewoon een
voedingsbodem voor. Het
feit dat Louis Couperus,
Vestdijk en Slauerhof
tot het antieke verleden
behoren, duidt er al op
dat de hedendaagse lezer
een relaas in een ander
soort taal verpakt
aangereikt wil krijgen.
Uitgeverij
In De Knipscheer te
Haarlem die postuum de
roman: “De Smaak van
Sranan libre, “van
deze schrijver heeft
uitgebracht, heeft dat
kennelijk gedaan uit
ideele overtuiging. Het
zou zeker een kritische
daad van
rechtvaardigheid zijn
ook deze uitgever te
lauweren met een ere-doctoraat
in de letteren, zoals
men dat ooit gedaan
heeft met Geert van
Oorschot van de
gelijknamige uitgeverij
vanwege diens in zijn
fonds opgenomen
Russische reeks. In De
Knipscheer heeft veel
meer verrassende reeksen
in haar fonds durven
opnemen.
Cairo
hanteert een plastisch
taalgebruik dat ondanks
het deviante ten
opzichte van het gewone
Nederlands, stromend en
dynamisch is en steeds
getuigt van een
taalvondst. Zijn lijvige
roman JEJE DISI/
Karakters die in maar
vijftig dagen had
geschreven, is hierdoor
uitgegroeid tot het
meest opmerkelijke in
zijn oeuvre. De Smaak
van Sranan libre
daarentegen is een
sociale aanklacht tegen
de in Suriname gepleegde
coup waarbij een leger
intellectuelen het met
de dood moest bekopen.
In dit boek heeft Cairo
duidelijk zijn emotie
zitten ontladen in
exalterende expressies
als: “ Ze krijgt bijna
een adube,
een aanval, met
rollen op de grond en
stuiptrekken. Owee, mi
gado: me god, me kind is
dood! Waaaiii,
Help!Waaaii..!! “(
blz.42). De
verhaalcompositie is
even recht-toe-recht-aan
als de Surinaamse
bioscoopfilm: Wan Pipel,
óf
anders als de Indiase
movies uit de vroegere
tijd waarmee de eerste
beelden reeds deden
vermoeden welke
ontknopingen er in voor
zouden komen en hoe de
film zou eindigen.
Taferelen als dat een
Surinaams familielid in
Nederland
met bezweet
gezicht en trillende
handen zit te wachten op
een gerepatrieerde broer
, die aanvankelijk het
land heeft willen
opbouwen maar werd
vermoord omdat hij geen
vertrouwen meer in de
revolutie, althans de
muiterij die daarvoor
doorging had, vormen in
deze roman het skelet
waaromheen het drama als
een spierbundel is
bevestigd. Het zesde
hoofdstuk
waarin de
beschrijving van een
nacht van 'majoor-opperbevelhebber-extra
sergeant' voorkomt,
staat in scherp contrast
met de overige
hoofdstukken. De auteur
heeft het er tussen
geplaatst zonder dat de
functie ervan desnoods
enigszins toedoet. Er
wordt in de paranoia
beschreven van een
dictator die de eigen
ontlasting inspecteert
op mogelijke
vergiftiging. Bij de
beschrijving van deze scène
laat Cairo zich zelfs
leiden door humorloze
platitudes als: “Kom
uzi! Laten we gaan
slapen. Morgen is weer
een onderdrukkingsdag!
Aaahhh!”
Deze
roman doet sowieso
dienst als een eerste
aanzet tot een mogelijke
regionale film over het
geteisterde en in haar
vooruitgang beknotte
Suriname, vooral als de
kaartopbrengst aangewend
zou kunnen worden voor
goede doelen in het
land. Het boek is het
oraal verslag, hoewel in
geschreven vorm, van een
geestelijk overbelaste
verteller. Bij het lezen
vraag je je voortdurend
af wanneer je het
officiele verhaal een
keer krijgt te lezen.
Uitgeverij
In De Knipscheer,
Haarlem Edgar
Cairo
De
smaak van Sranan Libre
Roman
over het bloedbad van
Paramaribo op 8 december
1982
Ingenaaid,
136 blz. ISBN
978-906265-594-6 €
13,50
Eerste
druk, december 2007
|