|
Michael
King werd geboren op
15 januari 1929 in
Atlanta, Amerika. Op
4 april 1968 maakte een
schutter een einde aan
het leven van Martin
Luther King. Hij stierf
op de balustrade van een
motel in Memphis. Martin
Luther King werd slechts
39 jaar.
Martin
groeide op in een
gelovig gezin, zijn
vader was dominee en
zijn moeder lerares. Hij
had een oudere zus en
een jongere broer. Ze
hadden het niet slecht
thuis. De kinderen
konden naar school en
hoefden niet te werken. Martin
besefte reeds vroeg dat
hij anders werd
behandeld vanwege zijn
zwarte huidskleur. In
Amerika was er
rassenscheiding. Dat
hield in dat je als
zwarte andere regels had
dan de blanken. In de
bus had je bijvoorbeeld
zitplaatsen voor blanke
en voor zwarte mensen.
Toen Martin 6 jaar was
wilde hij met 2
jongetjes spelen die hij
aardig vond. Dat mocht
niet van hun ouders. De
jongetjes waren wit en
Martin zwart.
Op
vijftienjarige leeftijd
kon Martin dankzij een
beurs gaan studeren op
het Morehouse College.
Tijdens zijn
theologische studie op
het instituut Crozer,
raakte hij bekend met de
ideeën van Ghandi. Na
Crozer bezocht King de
universiteit van Boston,
waar hij met name de
relatie tussen de mens
en god bestudeerde.
In
1953 trouwde Martin met
Coretta Scott. Het stel
kreeg vier kinderen.
Martin werd aangesteld
als dominee bij de kerk
van de Baptisten in
Montgomery.
In december 1955
weigerde een zwarte
vrouw haar zitplaats in
een bus beschikbaar te
stellen aan een blanke
passagier. Deze vrouw,
Rosa Parks, werd
gearresteerd omdat ze de
segregatie wet had
overtreden. De zwarte
politieke groeperingen
riepen de burgers op om
het openbaar vervoer uit
protest te boycotten.
Martin Luther King was
de belangrijkste leider
van deze protestacties.
Hij groeide uit tot een
nationaal bekende figuur.
In
1958 werd Martin in een
winkel neergestoken. Hij
kwam er praten over een
boek dat hij geschreven
had. Hij lag 3 weken in
het ziekenhuis.
In februari 1959
ontmoette King Nehru, de
minister president van
India. Het resultaat
hiervan was dat Martin
meer dan voorheen
doordrongen was van de
noodzaak van een
geweldloze aanpak in
zijn strijd tegen de
blanke overheersing. In
1960 verhuisde Martin
naar Atlanta waar hij
samen met zijn vader
voorganger werd in de
'Ebenezer' baptistische
kerk, maar hij besteedde
meer tijd aan zijn werk
voor de burgerrechten
beweging. In oktober
1960 werd hij in een
broodjeszaak
gearresteerd maar niet
vervolgd. In plaats
daarvan werd hij
opgesloten vanwege een
onbeduidende
verkeersovertreding.
Deze zaak kreeg
nationale aandacht en
presidentskandidaat John
F. Kennedy slaagde er
uiteindelijk in om
Martin vrij te krijgen.
In 1963 behoorde Martin
Luther King tot de
organisatoren van de
grote mars naar
Washington. Op 28
augustus 1963 waren meer
dan 200.000 mensen
bijeen om te protesteren
tegen het grote onrecht
van de
rechtsongelijkheid. Zijn
speech 'I have dream' (Ik
heb een droom …),
maakte hem tot een
internationale held. In
1964 werd de Nobelprijs
voor vrede aan hem
toegekend.
In
de loop der jaren werd
het steeds duidelijker
dat
Martin een
probleem was voor de
racisten in Amerika. In
1968 ging hij naar
Memphis om daar
vuilnismannen toe te
spreken die aan het
demonstreren waren voor
betere
werkomstandigheden. Hij
zou maar een paar dagen
blijven. De tweede dag
van zijn verblijf 4
april 1968 werd hij
op het balkon van
zijn hotel neergeschoten
door een blanke man,
James Earl Ray.
Hij stierf een
uur na aankomst in het
ziekenhuis. In vele
steden braken rellen uit,
niettegenstaande Martin
steeds geweldloosheid
had nagestreefd. De
moord zorgde ervoor dat
hij nooit zou worden
vergeten als strijder
voor de rechten van de
mens. Hij werd op 5
april 1968 begraven.
Zijn lichaam werd naar
het graf gebracht op een
wagen getrokken door
twee muilezels, als
teken
van de armoede
waartegen King vocht.
Meer dan 150.000 mensen,
zwart en blank, liepen
met de wagen mee.
In 1986 werd
de derde maandag in
januari door het
Amerikaanse congres als
nationale feestdag ter
herinnering aan deze
grote man ingesteld.
|