|
Louis
Doedel werd geboren in
Paramaribo.
Louis
Doedel trekt op jonge
leeftijd met vele andere
Surinamers naar Curacao,
om daar werk te zoeken
bij de olie raffinaderij
Lagos. In die tijd
heerste er overal
werkeloosheid. De olie
raffinaderij in Lagos
had in die juist mensen
nodig.
Louis
vond werk bij de
belastingen, maar hij
hield zich volgens de
ploitie op Curacao, meer
bezig met revolutionaire
praktijken. Daarom werd
Louis het land uitgezet
en keerde terug naar
Suriname.
Omdat
er in Suriname weinig
werk was richtte Louis
op 25 mei 1931 een
werkeloze commite op.
Dit commite bood in mei
1931 met alle eerbied
een petitie aan
gouverneur Rutgers.
Daarin het verzoek een
arbeidsbeurs op te
richten, het aanbesteden
van openbare werken ter
bevordering van de
werkgelegenheid en het
uitgeven van nieuwe
landbouwgrond aan
werkelozen. In oktober
1931 was er nog geen
reactie van de
gouverneur. Aangezien
het volk honger had en
erg boos was, hield het
commite opnieuw een
vergadering. Deze
vergadering had een zeer
aggresieve en grimmige
stemming, waarna de
werkelozen de straat op
gingen. Er ontstonden
rellen tussen de
werkelozen en de politie
die met harde hand de
orde probeerde te houden.
Na twee dagen rellen
besloot de gouverneur
met de werkelozen te
praten, mits de menigte
rustig was geworden.
Hierop volgde nog ergere
rellen, waarbij de
politie zelfs met
karabijnen bewapend de
menigte te lijf ging.
Een dode en
verschillende gewonde
tot gevolg. Hiermee was
de rust terug gekeerd in
Suriname en kwam er een
einde aan de rellen.
Louis
blijft doorzetten en
richtte de SAWO (Surinaamse
Arbeiders en Werkers
Organisatie) op in 1932.
Het werd een vereniging
met statuten.
|