|
Julius
Gustaaf Arnout Koenders werd geboren op
1 maart 1886 in
Paramaribo. Hij
overleed op 17 november
1957.
Julius
'Tata'
Koenders was
cultuuractivist,
toneelschrijver en
propagandist van het
Sranantongo (Surinaams),
de taal waarmee de wijsheid
van de voorvaderen
veelal via mondelinge
overlevering aan de
nakomelingen wordt
meegegeven. Papa
Koenders heeft
inspirerend gewerkt op
de generatie die na hem
kwam, waaronder Eddy
Bruma, Trefossa (Henny
de Ziel), Michael
Slory
en Johanna
Elsenhout.
Julius
Koenders werd gedreven
door het feit dat hij
in zijn jeugd bij de
Hernhutters in het
Sranan werd onderwezen,
tot dit op last van
onderwijs-inspecteur
Benjamins werd verboden. Hij had
hierdoor het gevoel dat
hem zijn identiteit werd ontzegd. Hij was
van 1903 tot 1936 zelf
werkzaam in het
onderwijs, waar hij een
geestelijke strijd tegen
het koloniale
waardensysteem in het
algemeen en het
onderwijsstelsel in het
bijzonder voerde; hij
ageerde heftig tegen de
onderwijsautoriteiten en
tegen eenieder die de
koloniale
assimilatiepolitiek
verdedigde en
propageerde een soort
‘negritude beweging’.
De zwarten riep hij op
zich vrij te maken en
zich bewust te worden
van hun identiteit,
cultuur en taal.
Koenders hekelde de
inhoud van de
Nederlandse
schoolboekjes die hen
vervreemde van hun
zwart-zijn. Zijn
uiteindelijke doel was
om de zwarte te
bevrijden van de West-Europese’
kwelling. Buiten
schooltijd onderwees hij
kinderen in het Sranan (Surinaams),
waardoor hij bijdroeg
aan het zelfbewustzijn
van de Afro-Surinamers.
Deze leerlingen leerden
hem kennen als Papa
(Tata) Koenders.
In
de jaren dertig vond hij
een medestander in zijn
strijd voor het Sranan
in de persoon van Marius
Hijlaard met wie hij ook
samenwerkte.
In
1943 schreef Koenders Fo
memre wie afo 1 juli
1863-1943 (Ter
herinnering aan onze
voorouders, 80 jaar
afschaffing van de
slavernij). Hiermee gaf
hij een aanzet gaf tot
de jaarlijkse viering
van de dag van de
emancipatie -1 juli
1863- het zgn. Keti
koti (Het verbreken van
de ketenen van de
slavernij). Ook legde
hij hierin conventies vast
voor het Sranan.
Daarna volgden Sieksie
tintien moi en bekentie
siengie met 60 liedjes
en Aksie mie, mie sa
piekie joe foe wie skien over
het lichaam en
volksziekten. Zijn
eigen oorspronkelijke
dichterlijke werk is
klein in omvang naar
daarom niet minder
relevant (zie zijn
gedicht 'Mama Afrika'
onderaan dit blad), hij
heeft zich meer
toegelegd op vertalingen,
waarmede hij de waarde
van het Surinaams als
cultuurtaal wilde
aantonen. Zijn
werkelijke waarde zit
hem in zijn ideeën,
zijn niet aflatende
actie, en dat alles in
een lenig, vaak ook
humoristisch proza.
In ‘ Foetoeboi’, een
maandblad dat hij van
1946 tot 1956 volhield (zie
onderstaande foto), kwam
hij op voor de verguisde
volkstaal, het Sranan,
het gevoel van
eigenwaarde, zelfrespect,
de ontdekking van eigen
uitdrukkingsvermogen.
Hij bracht in het blad
o.a. Puwema (poezie), liedjes,
Odo's (spreuken) en Rai
Rai (raadsels). In
het blad verscheen ook
het eerste werk van
Trefossa
Koenders
werd de eerste bewuste
culturele nationalist en
bracht onder de jonge
creolen een
bewustwordingsproces op
gang dat in de
naoorlogse periode tot
de opkomst van de
nationalistische
beweging leidde. Julius
Koenders zag met trots
dat zijn werk werd
voortgezet door Eddy
Bruma met de oprichting
van Wie Eegie Sanie,
vernoemd naar een
passage in zijn gedicht
Wie tongo (onze taal).
In
eigen woorden 'kleinzoon
van grootouders die
slaven waren'. Hij was
met zijn vereniging
Pohama (Poti Hanu
Makandra, oftewel sla de
handen ineen) een fel
voorvechter van het
Sranan en de Creoolse
cultuur. Dit bleek onder
andere uit de door hen
georganiseerde 'Srananneti's'
(Surinaamse avonden) en
kindercursussen die hem
de bijnaam 'Tata' (Papa)
Koenders opleverden.
Met
name met zijn maandblad
'Foetoe-boi' (Loopjongen)
dat verscheen van mei
1946 tot en met april
1956 had veel invloed.
‘Papa’ Koenders
publiceerde: 'Foe memre
wi afo' - 1 juli
1863-1943, 'Het
Surinaamsch in een nieuw
kleed' (Om onze
voorouders te herdenken)
- 1943, '60 moi en
bekentie singie na
Sranantongo' (60 mooie
en bekende liederen in
het Sranan) -1944 en 'Aksie
mie, mie sa piekie joe
foe wie skien' (Vraag
me, ik zal je antwoorden
over het menselijk
lichaam) -1945.
|