|
Franky
Walter
Douglas
werd geboren op
22 oktober 1948 in Willemstad,
Curaçao.
Franky
is gitarist en componist.
In 1962 kwam hij met
zijn familie naar
Nederland, waar hij
tussen 1963 en 1965 het
conservatorium bezocht.
Daar ontwaakte zijn
passie voor componeren.
Op zeventienjarige
leeftijd begon hij zijn
professionele loopbaan
met de soulgroep 'The
Needles', waarmee hij
door Europa toerde. De
eerste stukken van zijn
hand stonden een paar
jaar later op de LP’s
van de groep 'Reality'.
In
de formaties die volgden
ontstond gaandeweg de
fusie van Afro-Caribische
ritmes en Jazz die de
muziek van Franky
kenmerkt. 'Solat',
opgericht in 1972,
combineerde zang met
improvisaties, ook van
Amerikaanse gastsolisten.
De band werd later
ingelijfd door Hans
Dulfer, die hem omdoopte
tot 'De Perikels'. Rond
1976 ontstond het
concept voor Franky
Douglas’ voornaamste
uitlaatklep 'Sunchild';
de eerste bezetting
bestond onder andere uit
cellist Ernst Reijseger,
percussionist Raoul
Burnett, slagwerker Alan
Purves, toetsenspeler
Glenn Gaddum, bassist
Ivor Mitchell en
rietblazer Michael
Moore. Kortom, een
combinatie van
vooraanstaande
Surinaamse en
Antilliaanse musici en
avontuurlijke
improvisatoren, van
complexe, Afrikaanse
getinte grooves en de
jazzbenadering waarmee
de Nederlandse scene
internationaal beroemd
is geworden: instant
compositie, optimale
kansen voor de solisten
om de arrangementen hun
eigen kleur en karakter
mee te geven, binnen
duidelijke afspraken.
Die aanpak is ook
typerend voor latere
Sunchild-leden als
trompettist Eric Boeren
en trombonist Wolter
Wierbos.
In
de jaren ’80 was
Franky ook actief als
sideman, zoals in het 'Surinam
Music Ensemble', waar
hij tevens stukken voor
leverde, maar hij ging
zich steeds meer
concentreren op het zelf
uitvoeren van zijn meer
vooruitstrevende, minder
door de beboptraditie
bepaalde eigen werk. Een
belangrijke aansporing
daarvoor was zijn
medewerking aan de
October Meeting van 1987
in het Amsterdamse
Bimhuis en het
Concertgebouw, waar hij
samenspeelde met de
Amerikaanse
avantgardisten John Zorn
en Cecil Taylor. Vooral
de ontmoeting met de
geniale pianoleeuw
Taylor, waarbij Franky
briljant tegenspel bood,
doordrong hem ervan hoe
belangrijk vrijheid in
gebondenheid was voor
zijn muzikale
persoonlijkheid.
In
1993 verschenen de
eerste opnamen van
Sunchild, The Visions
Project. In 1994 kreeg
Franky 'de Boy Edgar
Prijs', de voornaamste
Nederlandse bekroning
voor jazzmusici. In 1998
volgde de eveneens goed
ontvangen CD 'On the
Roof'. Deze uitgave,
evenals zijn voorganger,
toonde aan dat Franky
Douglas zijn individuele
stijl vrijwel
geperfectioneerd had. In
de composities zijn
ritmiek en melodie niet
los van elkaar te zien:
de ritmes vormen
karakteristieke,
vloeiende lijnen, de
fraaie en doorwrochte
thema’s zijn
percussief, samen
versmelten ze tot een
geheel dat ver uitstijgt
boven de gebruikelijke
praktijk van liedjes
tegen een swingende
achtergrond. Het is een
bijna klassieke
werkwijze, die ervoor
zorgt dat ook zonder
ritmesectie de diverse
partijen dezelfde
metrische vaart
uitstralen.
Sindsdien
heeft de muziek van
Franky zich nog meer in
de breedte ontwikkeld.
Dankzij samenwerkingen
met de Zuid-Afrikaanse
saxofonist Sean Bergin (te
horen op Nansika uit
2005) en de Senegalese
zanger-percussionist
Mola Sylla (Société-Tous
les Couleurs, 2004)
voegt hij een verder
doorgevoerde polyritmiek
toe, een rijker
lijnenspel, dat de
nieuwe muziek van
Sunchild zal verdiepen
zonder dat het
oorspronkelijke karakter
verloren gaat.
|